Ambachtsbedrijven & eigen vervoer

    Tachograafplicht voor ambachtsbedrijven: geldt er een uitzondering?

    Met de uitbreiding van de tachograafplicht naar voertuigen boven 2,5 ton vragen veel ambachtsbedrijven zich af: geldt dit ook voor mij? Het antwoord hangt af van de uitzondering voor eigen vervoer respectievelijk voor ambachtslieden.

    Belangrijk voor de context

    De uitzondering voor eigen vervoer geldt sinds 1 juli 2026 ook voor voertuigen boven 2,5 tot 3,5 ton in het grensoverschrijdende vervoer. Zij moet worden onderscheiden van de zogenoemde ambachtsliedenregel (Verordening (EU) 561/2006), die al langer bestaat en geldt voor voertuigen tot 7,5 ton binnen een straal van 100 km rond de vestigingsplaats van de onderneming. Omdat deze pagina zich richt op de nieuw betrokken klasse boven 2,5 tot 3,5 ton, behandelen wij hier uitsluitend de uitzondering voor eigen vervoer.

    Definitie

    Wat is eigen vervoer?

    Als eigen vervoer geldt het vervoer van goederen, materiaal, gereedschap of machines voor eigen bedrijfsdoeleinden, met een eigen of gehuurd voertuig en eigen personeel — en wel zonder kilometerbeperking. Volgens art. 1, lid 5, onder d), van Verordening (EG) nr. 1072/2009 moet daarvoor in het bijzonder aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

    • De vervoerde goederen moeten eigendom van de onderneming zijn of door haar zijn verkocht, gekocht, verhuurd, gehuurd, geproduceerd, gewonnen, bewerkt of hersteld.
    • Het vervoer moet dienen voor de aanvoer van de goederen naar de onderneming, de verzending ervan vanuit de onderneming of de verplaatsing ervan binnen of — voor eigen gebruik — buiten de onderneming.
    • De voertuigen moeten worden bestuurd door eigen personeel van de onderneming (of door personeel dat contractueel ter beschikking van de onderneming is gesteld).
    • De voertuigen moeten eigendom van de onderneming zijn of door haar op afbetaling zijn gekocht of zijn gehuurd.
    • Het vervoer mag slechts een nevenactiviteit vormen binnen het geheel van de activiteiten van de onderneming — het mag dus niet het eigenlijke bedrijfsdoel zijn.
    Basisvoorwaarde

    Rijden mag niet de hoofdactiviteit zijn

    Het centrale punt voor de uitzondering is: het besturen van het voertuig mag niet de hoofdactiviteit van de bestuurder zijn, d.w.z. het rijden mag niet meer dan 30 % van de maandelijkse arbeidstijd omvatten. Maar let op: de EU-lidstaten verschillen in deze definitie — in Nederland gaat het bijvoorbeeld slechts om 30 % van de wekelijkse arbeidstijd.

    Een ambachtsman die overwegend opbouw-, montage- of reparatiewerkzaamheden uitvoert en slechts incidenteel rijdt, kan in beginsel van de uitzondering profiteren. Wordt daarentegen speciaal een bestuurder ingezet voor transportritten, voor wie het rijden de eigenlijke werkzaamheid vormt, dan geldt de uitzondering in de regel niet — het voertuig moet dan met een tachograaf zijn uitgerust.

    Context

    Waarom dit geen algemene vrijstelling is

    Deze uitzonderingsregeling wordt in de praktijk vaak overschat. Of zij van toepassing is, hangt af van het concrete geval — in het bijzonder van de vraag of daadwerkelijk aan alle vijf voorwaarden is voldaan. Laat onduidelijke gevallen bij twijfel juridisch toetsen voordat u uitsluitend op de uitzondering vertrouwt.

    1. Betrokkenheid toetsenGa na of uw ritten onder de uitzondering voor eigen vervoer vallen.
    2. Voorwaarden vergelijkenGa voor elk betrokken voertuig na of aan alle vijf voorwaarden is voldaan — in het bijzonder eigendom van de goederen, eigen personeel en nevenactiviteit.
    3. Bewijsstukken documenterenDocumenteer de voorwaarden zorgvuldig — bijvoorbeeld via vrachtdocumenten, werkopdrachten, arbeidstijden en de arbeidsovereenkomst van de bestuurder. De bestuurder moet de betreffende papieren altijd bij zich hebben. Dat bespaart tijd en ergernis bij een verkeerscontrole.
    4. Twijfelgevallen laten toetsenLaat betwiste of onduidelijke gevallen juridisch toetsen.
    Belangrijke opmerking

    Deze pagina biedt een algemene oriëntatie en vervangt geen juridisch advies in individuele gevallen. Bij concrete vragen adviseren wij afstemming met een advocaat die is gespecialiseerd in vervoersrecht of met uw bevoegde kamer van koophandel of ambachten.

    Terug naar het overzicht: wetswijziging 2026.

    Twijfelt u of de uitzondering geldt?

    Wij laten u zien hoe u zich hoe dan ook technisch indekt.

    Naar Uitvoering & techniek